|
In ‘Genova’ trekt veelfilmer Michael Winterbottom (sinds 1994 levert hij minstens een film per jaar op; het merendeel heeft u kunnen zien in het Filmhuis) naar Italië, waar een kersverse weduwnaar en zijn twee dochters letterlijk en figuurlijk hun weg zoeken door de dreigende, labyrintische Middeleeuwse steegjes van Genua. De openingsscène van ‘Genova’ is lieflijk: een moeder en twee dochters onderweg naar huis door een witbesneeuwd landschap, lachend onschuldige reisspelletjes spelend. Dat moet wel mis gaan, en dat gaat het. Winterbottom doet geen moeite de aanrijding filmisch in beeld te brengen, wetende dat het eerder al beter is gedaan en nooit erger kan worden dan wat we ons voorstellen. Dus zien we alleen een geschrokken blik, slaakt iemand een gil, en dan gaat het beeld zwart - het geluid van verwrongen staal, dan stilte. ![]() En dan is vader Joe ineens een weduwnaar met twee behoorlijk getraumatiseerde dochters, van wie de jongste bovendien stilletjes een behoorlijk schuldgevoel over het ongeluk met zich meedraagt. Hij besluit ze mee te nemen naar Genua, waar hij een zomercursus aan de universiteit kan geven, voor een potje rouwverwerking onder de Italiaanse zon. Dat doen ze elk op hun eigen manier, en grotendeels los van elkaar. Joe door zich te verliezen in een van zijn studentes; oudste dochter Kelly door zich te storten op het uitgaansleven en de snelle Italiaanse jongens; en jongste dochter Mary door haar schuldgevoelens van zich af te dromen in nachtmerrievisioenen van haar moeder. Met ‘Genova’ stelt Winterbottom nu eens geen politieke misstanden (‘The road to Guantanamo’) of globaal onrecht (‘In this world’) aan de kaak. ‘Genova’ is een klein, intiem gezinsdrama over familiebanden en vooral het omgaan met het verlies daarvan. |
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
© 1999-2010 Stichting Filmhuis Winterswijk |
|